Onze adviseurs delen hun ervaringen en inzichten uit het werk voor onze opdrachtgevers regelmatig in een column voor deze site. Deze keer: Geke van Velzen, over samenwerking.
Makkelijker gezegd dan gedaan: samenwerken
Je zou denken dat het vanzelfsprekend is dat organisaties, die gebukt gaan onder dezelfde bezuinigingen, beter gaan samenwerken. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Strategievorming doen organisaties in de basis namelijk liever alleen. Al was het maar omdat veel organisaties ook elkaars concurrenten zijn, of in een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie met elkaar verwikkeld zijn. Vaak duurt het dan ook langer dan de meeste krantenlezers logisch vinden, voordat partijen in een bepaalde sector elkaar 'vinden'.
&MAES wordt dikwijls gevraagd om te proberen zulke gemeenschappelijke strategieën te ontwerpen of verschillende partijen daarover met elkaar in gesprek te laten gaan. Ik denk aan de nieuwe samenwerkingen in de kunst-en cultuursector waar we menig gesprek over hebben begeleid. Of de producenten in de bio-energie, die elkaar hebben gevonden om een sluitende businesscase te maken.. Of de milieuorganisaties, die vorig jaar samen met notabene VNO-NCW een samenwerkingsverband zijn aangegaan om het biodiversiteitsbeleid van de grond te krijgen.
Mijn conclusie is dat het eigenlijk altijd wat oplevert, wanneer je over je eigen schaduw heen springt en met organisaties uit je eigen sector op zoek gaat naar gemeenschappelijke belangen. Voor ons als adviseurs is het dan natuurlijk mooi om dat gesprek te mogen begeleiden en de gemeenschappelijke strategie op papier te zetten, maar het echte werk zit er dan al op. Dat is namelijk het werk om al die partijen tot het inzicht te brengen, dat zij er meer aan hebben een gemeenschappelijke strategie te ontwikkelen dan zich dood te staren op hun eigen organisatie. En dat is natuurlijk juist wat die organisaties doen als de broekriem wordt aangetrokken. Makkelijker gezegd dan gedaan dus, samenwerken!
Onze adviseurs delen hun ervaringen en inzichten uit het werk voor onze opdrachtgevers regelmatig in een column voor deze site. Deze keer: Geke van Velzen, over samenwerking.
Makkelijker gezegd dan gedaan: samenwerken
Je zou denken dat het vanzelfsprekend is dat organisaties, die gebukt gaan onder dezelfde bezuinigingen, beter gaan samenwerken. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Strategievorming doen organisaties in de basis namelijk liever alleen. Al was het maar omdat veel organisaties ook elkaars concurrenten zijn, of in een opdrachtgever-opdrachtnemer relatie met elkaar verwikkeld zijn. Vaak duurt het dan ook langer dan de meeste krantenlezers logisch vinden, voordat partijen in een bepaalde sector elkaar 'vinden'.
&MAES wordt dikwijls gevraagd om te proberen zulke gemeenschappelijke strategieën te ontwerpen of verschillende partijen daarover met elkaar in gesprek te laten gaan. Ik denk aan de nieuwe samenwerkingen in de kunst-en cultuursector waar we menig gesprek over hebben begeleid. Of de producenten in de bio-energie, die elkaar hebben gevonden om een sluitende businesscase te maken.. Of de milieuorganisaties, die vorig jaar samen met notabene VNO-NCW een samenwerkingsverband zijn aangegaan om het biodiversiteitsbeleid van de grond te krijgen.
Mijn conclusie is dat het eigenlijk altijd wat oplevert, wanneer je over je eigen schaduw heen springt en met organisaties uit je eigen sector op zoek gaat naar gemeenschappelijke belangen. Voor ons als adviseurs is het dan natuurlijk mooi om dat gesprek te mogen begeleiden en de gemeenschappelijke strategie op papier te zetten, maar het echte werk zit er dan al op. Dat is namelijk het werk om al die partijen tot het inzicht te brengen, dat zij er meer aan hebben een gemeenschappelijke strategie te ontwikkelen dan zich dood te staren op hun eigen organisatie. En dat is natuurlijk juist wat die organisaties doen als de broekriem wordt aangetrokken. Makkelijker gezegd dan gedaan dus, samenwerken!
Op 7 februari leidde Bas van 't Wout weer een editie van het Onderwijscafé, georganiseerd door VO-raad, PO-raad en AVS. De discussie stond ditmaal in het teken van het SCP-rapport 'waar voor ons belastinggeld?'. 
Het verslag van het onderwijscafé is hier te lezen.

'Forensische Zorg WERKT' was het thema van het Festival Forensische Zorg 2012. Meer dan 700 bezoekers kwamen naar De Fabique in Maarssen om deel te nemen aan 83 programmaonderdelen verdeeld over 5 rondes. Het Festival kende een indrukwekkende afsluiting door een interview van dagvoorziiter Ruben Maes met Yolande Kleiss. Zij is de moeder van Nienke Kleiss die slachtoffer was in de Schiedammer parkmoord.
&MAES is samen met SPITZ verantwoordelijk voor het concept en het dagvoorzitterschap van Festival Forensische Zorg.
Het startschot werd gegeven door een gesprek met de langst (43 jaar) en de kortst werkende collega (1 dag). Dagvoorzitter Ruben Maes vroeg naar hun motivatie en inspiratie bij de keuze voor een beroep in de forensische zorg. Beiden noemden de spanning, afwisseling en echt iets kunnen betekenen voor de mensen met wie je werkt. Daarna werd iedereen opgeroepen de dag te gebruiken om te inspireren en zich te laten inspireren.
Het programma bestond uit Lagerhuisdebatten, hoorcolleges en workshops met speciale aandacht voor slachtoffers, autisme, zwakbegaafde agressieplegers, zorgethiek en forensische scherpte. Met medewerking van het EFP is er tijdens een speciale FFZ Academie een zwaarder inhoudelijk programma aangeboden, gericht op behandelaars. Op het 'ervaringsterras' presenteerden instellingen zichzelf of een methodiek. De 'razende reporter' interviewde deelnemers over hun inspiratiebron, waarna een cartoonist hier een leuke of grappige tekening van maakte.Mevrouw Kleiss was onze gast waarmee we het Festival Forensische Zorg 2012 afsloten. In een gesprek met dagvoorzitter Ruben Maes, sprak zij over de positie van slachtoffers en nabestaanden en waar slachtoffers tegenaan lopen in het Nederlandse rechtssysteem.
Onze adviseurs delen hun ervaringen en inzichten uit het werk voor onze opdrachtgevers regelmatig in een column voor deze site. Deze keer: Bas van 't Wout, over asbest, scholen en het imago van communicatiebeleid
Asbest
Het vakgebied communicatie wordt nog al eens omgeven door een negatieve geur. Men ziet het als een discipline waarin zaken mooier worden voorgesteld dan ze zijn, liegen en bedriegen schering en inslag zijn of waar ronkende PR-taal gebrek aan inhoud moet maskeren.
Die gevallen bestaan inderdaad. Helaas leidt dat bij sommigen nog wel eens tot het idee dat communicatiebeleid in zijn totaliteit zinloos is. Een goed voorbeeld om het tegendeel te bewijzen, is onze betrokkenheid bij de communicatie van scholen rondom asbest. Alle scholen in Nederland moeten hun gebouwen van voor 1994 laten controleren op asbest. Daar is in de eerste plaats een goed en gecertificeerd asbestinventarisatiebedrijf voor nodig. Maar alleen zoeken en al dan niet vinden is volstrekt onvoldoende. Zo'n inventarisatie kan immers grote gevolgen hebben. De school kan de volgende dag gesloten zijn. Ouders gaan vragen stellen - terecht. Vele instanties moeten betrokken worden, van GGD tot juristen, van Arbo tot lokale overheden.
Dat betekent voor scholen in eerste instantie een hoop extra werk. Adressenbestanden moeten op orde zijn, er moet snel en open gecommuniceerd worden, de juiste instanties moeten aan boord zijn, alle relevante informatie moet boven tafel: doe het er maar even bij als schoolbestuur. Zeker wanneer ook de media direct op de stoep staan. Maar het betekent meer dan sec een tijdsinvestering. Ouders hebben er recht op om zo snel mogelijk en zo goed mogelijk geïnformeerd te worden. Hoe doe je dat dan? Hoe voorkom je dat een informatiebrief meer vragen oproept dan beantwoordt? Hoe zorg je dat ouders niet op een maandagochtend vergeefs voor een lege school staan?
Dat is communicatiestrategie. En strategie betekent hier: iedereen zo eerlijk, snel en adequaat mogelijk informeren. Daar hebben ouders en kinderen recht op en het zou de ambitie van iedere school moeten zijn.